Guggenheim, slijtage en het Rijksmuseum

Mart-GugenheimGewoon onschuldig vermaak. Ik was stiekem, maar nu niet meer zo stiekem na deze publicatie, aan het kijken hoe het staat. Een aantal van mijn foto’s in het Guggenheim, zucht, dat zou me toch wat zijn? Welke fotograaf of kunstenaar droomt daar nu niet van?

De foto van de ruimte en de wijzende gids kwam gisteren op Twitter voorbij. Ik heb het beeld maar even geleend en als voorbeeld gebruikt. Een soort van visuele “hoe hangt ie boven de bank” is het dus uiteindelijk geworden. Ik moet zeggen: “de dans van het licht” en “bloem op intens zwart” doen het best goed in de ruimte. Ze houden zich in ieder geval kranig.

Gisteren las ik nog een alleraardigst, meer had het niet om het lijf, interview met Erwin Olaf. Het stuk stond in een voor mij niemendalletje van een tijdschrift. De foto’s waren zoals altijd uiteraard bijzonder, zucht. De tekst dat “op een vrouw met zo’n carriere behoorlijke slijtage zit” was raak en scherp gezegd. Maar Erwin bedoelde het goed. Hij zag de kwetsbaarheid en het innerlijke in gevecht zijn. Dat laatste is trouwens mijn interpretatie.

Verder moeten we qua tijd en als bewonderaars en toeschouwers van de portretten die Rembrandt van het echtpaar Maerten Soolmans en Oopjen Coppit maakte nog even geduld hebben. “In het eerste deel van 2016 mogen we de portretten hier begroeten” bevestigde Wim Pijbes gisteren. Het Rijksmuseum staat op het lijstje van nog te bezoeken.

“In het eerste deel van 2016”. Het klinkt nog zover weg, maar opgepast..! Het nieuwe jaar staat als een jong veulen te trappelen om in de weide te worden losgelaten. Nu is het nog even de tijd van afwerken, lijstjes en plannen maken. Maar oh wee, wat gaat het snel.

Aan de slag, ik moet eigenlijk al in de benen. Maar eerst nog koffie en mijmeren over Guggenheim. Gewoon, omdat het zo lekker is. En ze hangen zo passend mooi.

Fijne dag.