Een beeld, de verwoestende energie en de schoonheid der dingen

2017-12-02-smallIk weet echt niet meer waar en in welk bos we liepen of welk bospaadje we namen. Wel dat ik op de ene wandeltocht twee stenen vond met het fossiel van een schelp erin en  tijdens een andere wandeling twee overblijfselen uit de Tweede Wereldoorlog zag liggen.

Terwijl de een een stuk ijzer was dat op een uit elkaar gespatte kleine landmijn leek had de ander meer de vorm van een nog niet ontploft exemplaar. Op aandringen van mijn medecursisten (we schilderden en tekenden er in die week vrolijk op los) die nogal verontrust waren omdat ik al vrolijk wandelend en met een gevoel van euforie doorliep liet ik de laatste toch maar in het groen achter. Een stuk verder van het pad. Dat wel. Voor de veiligheid en zekerheid.

Maar goed, ik had dus mijn souvenir. Het metaal brandde in mijn hand zoals geld dat doet wanneer je bijvoorbeeld naar het casino zou gaan. Of met je neus tegen het etalageglas van een bonbonwinkel.

Jaren lag het in de kast. Af en toe kreeg het een openlijke plek in huis. Op een plankje of schap. Altijd was het in het oog springend qua ruwheid en met een vorm van schoonheid. Ja, oorlog heeft behalve de verschrikking en de vreselijke gevolgen ervan ook een zekere schoonheid. Maar dan meer in de vorm der (gemaakte)dingen. Soms niet speciaal gefabriceerd of ontworpen om oorlog mee te voeren of een strijd uit te vechten dan weer wel met uiterst kwade bedoelingen.

Gisteren kwam het beeld dus af. Het ijzeren restant kwam terecht waar het volgens mij hoorde. Bovenaan het stuk steen. Met als accent een stuk koper dat de steen omwikkeld. De titel was snel gevonden.

“Ode to the material”. Omdat het materiaal altijd onschuldig is.