Asielzoekend, ontworstelen en een vinger

Victory-Boogie-Woogie

Piet Mondriaan [1872-1944], Victory Boogie Woogie, 1942-1944 (New York). Bruikleen van ICN, Amsterdam. Olieverf, tape, papier, houtskool en potlood op doek. Hoogte 127.5 cm en breedte 127.5 cm.

Op het moment dat schrijver Rodaan Al Galidi zijn eerste zinnen over tafel liet rollen hing ik al geboeid aan zijn lippen. Wat een bijzondere man en wat een grappige, soms ook pijnlijke, uitspraken. “Een kringloopwinkel in Nederland is netter dan een museum in Bagdad…”. Ik kwam niet meer bij van het lachen maar wist ook dat ik daar snel mee moest stoppen om niet de rest van het interview te missen. Wat was het boeiend om mee te kijken door de ogen en beleving van iemand niet van hier, oorspronkelijk gezien dan.

Rodaan Al Galidi was ooit asielzoekend, het duurde negen jaar voordat hij uiteindelijk een verblijfsvergunning ontving, leerde zijn eerste Nederlandse woordjes van een achtjarig meisje inruil voor gitaarlessen. Nu staan er zestien (16!) in het Nederlands geschreven boeken op zijn naam. Voor zo’n man kun je alleen maar louter bewondering en respect hebben.

“Hoe ik talent voor het leven kreeg”. Een mooie titel. Je moet er maar opkomen. Die bij elkaar geplaatste woorden vormen een uitnodiging om het boek ter hand te nemen en te lezen. Ontsnappen is niet mogelijk. Excuses zoals geen tijd, zin of nog zoveel te doen zijn niet inzetbaar. Tenminste, zo voelde dat bij mij.

“Nederland is goed in het temmen van mensen”. Sinds ik voor het eerst de film Alleman van Bert Haanstra zag heb ik geloof ik nooit meer iemand zo de vinger op plekken, in beeld of tekst, zien leggen. “Ze zijn professioneel”, doelend op de uitvoerders van de systemen waarin wij Nederlanders leven.

“Depressie is de zwakke plek in de liefde”. Mooi gezegd. Er was namelijk nog meer vuurwerk in ‘Hier is Adriaan van Dis’ gisterenavond. Katja Petrowskaja en Andrew Solomon droegen hun indrukwekkende steentjes bij. Voor smullers was het een genot.

“Denkend aan Holland/ zie ik breede rivieren/ traag door oneindig/ laagland gaan,
rijen ondenkbaar/ ijle populieren/ als hooge pluimen/ aan den einder staan;” Hendrik Marsman (1936). Het blijft een prachtig fier opstaand gedicht. Hij schreef het tijdens een verblijf aan de Middellandse Zee.

Ik begrijp nu veel beter waarom Piet Mondriaan, als zoon van een christelijke hoofdonderwijzer, naar Parijs en later Amerika vertrok. Ontworstelen, uitbreken en ontwikkelen heeft geloof ik wel enkele raakvlakken met asielzoeken. Je heil elders zoeken en vinden is een oplossing om te leven wat je moet leven.

En terwijl in het Gemeente Museum in Den Haag Mondriaan’s Victory Boogie Woogie al ritmisch trillend hangt denk ik ondertussen aan Holland en probeer ik te kijken als een vreemdeling. Een mooie opdracht voor vandaag.

“Een kringloopwinkel in Nederland is netter dan een museum in Bagdad…”.

“Is waar. Echt waar…”. En zijn stem echode, inclusief tongval, nog even na.

Fijne dag.