Zwerfafval, de alsmaar groeiende honger en de stille opruimers

C1C7CAA7-6263-4037-A44C-DAAB895C1E16De lange en ondanks de bijna tropische warmte verfrissende wandeling leverde gisteren in ieder geval ook een paar alleraardigste foto’s op. Een achteloos weggeworpen of achtergelaten plastic fles ingeklemd door twee schaduwen was die van een stilleven met daaraan gekoppeld het toch wel trieste tijdsbeeld van nu.

Bij de Shell die ik passeerde was het druk. Logisch. Het was zaterdag. Weekend. De tijd van eropuit, even de boel de boel laten of op weg om een typisch voor de zaterdag klusje te doen. Een verhuurde aanhanger werd ter plekke aangekoppeld, de banden nog even voorzien van wat extra lucht, wellicht de olie nagekeken door middel van de peilstok, het licht gecontroleerd.

Langs de kant van de weg, daar waar de windrichting ervoor zorgt dat het zwerfafval bij elkaar komt lag van alles. Van een uit een auto gesmeten papieren tas compleet met fast food restanten tot aan diverse lege blikjes. Ik zag zelfs in het voorbij gaan een uitgetrokken en achtergelaten panty, plus iets wat leek op het restant van een ballon. Maar voor het zelfde geld was het iets anders.

Op het fietspad, voor de wandelaar ontbrak alle ruimte, passeerden me drie bakvissen die al fietsend driftig hun mobiel gebruikten. Even later gevolgd door een jonge vader die, terwijl een kleuter achterop en compleet met veiligheidshelm, ook zo nodig zijn mobiel moest checken. Ik zag de bomen nee schudden. Maar misschien was dat wel te wijten aan mijn verbeeldingskracht. 

Er kwam me een man tegemoet. Compleet met vuilniszak en zo’n handige grijper waardoor je niet alsmaar hoeft te bukken. Gemaakt in het oosten van de wereld, vervoerd per boot. In een van die ontelbare gekleurde containers die dagelijks van A naar B reizen om onze alsmaar groeiende honger te stillen. De man was een van die stille opruimers die je steeds vaker in het openbaar ziet. Het zijn zij die de boel proberen in de hand te houden. Te beheersen. Een goedemiddag werd gevolgd door een glimlach. Ik kon me verderop wel voor mijn kop slaan dat ik het ‘dank je wel’ was vergeten. 

De stille opruimers. Je hoort ze niet, ze zijn er wel. En gelukkig groeien ze in aantal. Alvast bedankt.

 

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *