De wind, een zucht en een wensballon

De Kus Brancusi Ik keek gisterenavond in het donker een wensballon achterna. Het ding had een behoorlijke snelheid, maakte vaart op de wind die de ballon en hopelijk de wens gunstig was gezind.

Wensen zijn net als ideeën aan tijd onderhevig. Zo wens je de ene keer dit of dat, zo sta je op een willekeurig moment en plaats te springen vanwege een idee dat zich zomaar aandient. Bijvoorbeeld in een schuur, of een winkel. Of onder de douche, wat mij wel eens gebeurt. Alhoewel springen daar geen optie is vanwege de combinatie van tegels en water.

Persoonlijk zou ik wel weten wat te wensen. Maar zoals het met wensen aan te bevelen is moet je die niet delen anders komen ze niet uit. Ideeën moet je toetsen. Aan de realiteit. Voor zover mogelijk.

Ik las vanochtend dat de 500 rijksten op de wereld het afgelopen jaar 1 biljoen dollar rijker zijn geworden. De groei, door stijgende beurskoersen, was vier keer zo groot dan het jaar ervoor.

Ergens in mijn systeem heb ik soms met ze te doen. Met die allerrijksten. En vraag ik me af hoeveel en uiteraard wat er nog te wensen overblijft wanneer je een slordige 91 miljard bezit.

Shit, met zoveel geld zou ik het complete Rijksmusem kunnen kopen. Of het Stedelijk. Het Kröller-Müller, Gemeentemuseum Den Haag. Die van Den Bosch plus de Pont.

Ik zou op mijn gemakje rond kunnen wandelen. Elke dag. Zou een kopje koffie kunnen drinken met de mannen (plus een vrouw) van de Nachtwacht. Zou op de grond kunnen liggen voor een zonnebloem of stilleven. Zou bepaalde schilderijen mogen aanraken en beelden eindelijk met mijn vingers kunstzinnig en uitzinnig van vreugde kunnen strelen.

Nee, met zoveel geld zou ik delen. Veel delen. Met en over van alles en nog wat en op alle niveau’s. Delen, delen, delen. Wat mij betreft het woord van de dag.

Langzaam staarde ik de wensballon na. Haakte aan met mijn eigen gedachten en mogelijkheden. Verpakte een wens met liefde. In een innige omhelzing en met een zucht op de wind vloog ze mee.