Toegepaste lockdown, de drukte en de afstand tot de kunst

Mart van Zwam Dag zoveel van de intelligente lockdown die ondertussen wat mij betreft de naam niet eens meer mag dragen was er deels een van ontwijken, zigzaggen en heerlijk Italiaans ijs eten.

Het was druk in het centrum van de stad. Vreemd en bijzonder wat een tijdelijke afzondering met een mens kan doen. Veroorzaken is een ding, verworven automatismen een ander. Het wandelen in de stad was gisteren gevuld met een route volgen die me zo min mogelijk in de buurt van anderen zou brengen. Een schier onmogelijke opgave zo bleek. De wereld (qua financiën, economische vooruitgang en diep gewortelde behoeften) leek hetzelfde te zijn als voorheen. Zij het met wat aanpassingen bij winkels en horeca. Het (politiek)geïntroduceerde zogenaamde nieuwe normaal lijkt nog ver weg, misschien verder weg dan ooit.

Er hoestte iemand. Voor me liep een man luidkeels te bellen. Anderen lopen in groepjes vrolijk te doen. Een enkeling liep met een mondkapje, velen met een ontkennende en niets aan de hand blik. Wat je niet ziet bestaat niet of ben je snel vergeten. Ik dacht even aan intensive care. Niet zozeer qua ziekenhuis en zorg maar in het algemeen gesproken als straatbeeld.

Terug in de lockdown. Wachtend om aan de slag te gaan. Een scherpe en oprechte column van Tommy Wieringa gaf gedachten die er niet om liegen. Aan de slag gaan is de goeie energie, gepaste afstand tot de kunst is niet noodzakelijk. Juist niet!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *