Stoepranden, varen en de frisse lucht

René Magritte

The song of love- René Magritte 1948

“We varen in de mist.” aldus onze minister-president.

Het was een zin die nog lang bleef na golven. Het had zomaar uit een verhaal over walvisvaarders, piraten of schatzoekers kunnen komen. Muisstil was het aan boord. Bang als men was voor wat er uit de mist zou kunnen opdoemen. Met een scherpe blik werd met een touw de diepte gemeten zodat de angst voor schipbreuk tot het minimum werd gereduceerd.

Zachtjes zag ik vanochtend in alle vroegte en donker de lucht blauw kleuren. Zachtjes om het ochtendconcert van de vogels niet te verstoren. De lucht voelde helder. Nog frisser vanwege het de laatste tijd uitblijven van belastend heen en weer en vaak ook onnodig verkeer. Een paar geïnhaleerde diepe teugen van de herstellende zuurstof doet een mens goed en laat je voelen wat leven kan inhouden.

Ik hoorde gisteren van stoeprandende kinderen. Kennelijk is er nu ruimte en tijd om het aloude en simpele spel met een bal weer op te pakken. Geen auto’s, fietsers of ronkende scooters, vrachtverkeer of postbestellingen. Het beeld van de activiteit doet een mens goed. Het heelt, verzacht en geeft alle kans aan vrijheid plus hoop.

Geen overvliegend verkeer. Ik vraag me af hoe mensen die in de buurt van Schiphol en andere centra van vliegverkeer zich zullen voelen? Zal de rust ze brengen waar ze al zo lang en intens naar verlangen?

“We varen in de mist”. Op zich een simpele zin in een tijd waarin de angst en voor de meeste van ons ook de nodige voorzichtigheid overheersen. In Uden staat ze het water aan de lippen, in heel Noord-Brabant is het alle hens aan dek. Op een gemaakte en gepubliceerde kaart zag ik dat luchtvervuiling de kans dat het virus dodelijker is vergroot maar realiseerde me ook dat kansen nu voor het grijpen liggen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *