Een ronkende bestelbus, de voortgedreven economie en een Starman in the Sky

D29B6C9E-7528-4964-9674-8129B02C2D13Het begint een beetje eentonig te worden, maar gisteren regende het alweer. Volgens de berichten nog niet genoeg om alle tekorten in de grond aan te vullen, vorig jaar opgelopen tijdens de langdurige droogte, maar toch. 

En terwijl de olieverf rijkelijk vloeide en wedijverde met papier-reliëf en contrast in vorm en uitstraling zag ik er ook de aanvulling wel van in. Het geheel begint een beetje op een ode te lijken. Een ode aan voorbijgevlogen jaren, experimenten en met hart en ziel geschilderde schilderstukken van jaren geleden. 

“There’s a starman waiting in the sky

He’s told us not to blow it

Cause he knows it’s all worthwhile”

De gezongen tekst van David Bowie werd onderbroken door een op het raam kloppende pakketbezorger. Karin Pauwsen? De vragende blik van de man liet me glimlachen. “Nee, ik ben geenszins van plan het proces in te gaan.”. Mijn antwoord kon hem niet boeien. Waarschijnlijk door werkdruk, haast, slecht loon en de wachtende lading. Ik hoorde de dieselbus ronken en zag het fijnstof uitstoten als was het niet niks. De bus stond al in de starthouding als een bruin target halend roofdier in de overvloedige en glinsterende regen. 

“Op de pof”. Ik hoorde het Barbara Baarsma later op de dag helder zeggen. We mogen niet op de pof leven en de rekening doorschuiven naar toekomstige generaties. Verder was ze in haar nopjes over de voortgang van de economie. Barbara. Scherp, kundig en zoals zo vaak ook innemend.

Minder. Een beetje minder mag best denk ik in alle bescheidenheid. Beetje minder dieselbussen, minder online bestellen, minder uitstoot, verkeer, fijnstof, industrie, opwarming, gebruik en verbruik en de boel in het honderd laten lopen. Een beetje meer empathie is dringend gewenst. Net als veel meer stilstaan, bewustzijn en vooral liefde.

En meer, veel meer kunstenaars en sterren zoals David Bowie. Zeker weten! 

 

Ali Banisadr, de drukte en het Tita-Tovenaar effect

856D8BB5-BD88-4438-8CCA-192A5B6235C0

Ali Banisadr

Het mooie van een rustige wandeling tijdens spitsuur dwars over de randen en door de buitenwijken van de stad is het aanschouwen van de drukte en vooral het gekrioel. Op doorgaande wegen is men gehaast, zeer gehaast. Alsof spoed altijd goed is in plaats van zelden. Alsof brandstof om snel door te gaan als onuitputtelijk en vanzelf wordt aangevuld en op niveau raakt. 

De auto’s die nog even doordrukten terwijl het al diep oranje was en richting rood ging was niet op zes en zeker niet op vier handen te tellen. Het aantal fietsers dat zich niks of bijzonder weinig aantrok van de goed werkende verkeerslichten was ook groot. Even leek het alsof enorm veel beschermengelen op schouders druk doende waren.

Verwaaide takken, plastic en de stroom van regen langs kant en in putten waren als decorstukken uit een bekende opera. Uit de talloze ‘oortjes’ van passerende fietsers en scooterrijder klonk voor mij onhoorbare muziek. Misschien was er hip-hop te horen, R&B of iets Nederlands, wellicht een heuse Aria wat ik mij trouwens niet snel kon voorstellen maar je weet maar nooit? Ergens, op een bepaald moment op een van de grote doorgaande wegen klonk opeens het geluid van stilte. Alsof ergens daarbuiten iets was gebeurt. Alsof de boel door een onzichtbare hand abrupt maar zacht tot stilstand was gebracht. Gekscherend noemde ik dat het Tita-Tovenaar effect. 

In het Noordbrabants Museum komt weer een indrukwekkende tentoonstelling. Van een nog jonge kunstenaar met de avontuurlijke naam Ali Banisadr (Teheran 1976). De nieuwsbrief van het museum liet weten dat Ali een bewonderaar is van Jeroen Bosch, Paolo Veronese, Tintoretto en Francis Bacon. De aankondiging (6 april t/m 25 augustus 2019) beloofd al veel goeds en indrukwekkend moois. Prachtige kleuren, orde, chaos, horror, een mix van wereldgeschiedenis en symboliek? De website van het museum veroorzaakte direct al een gevoel van honger en zucht naar meer.

Jeroen Bosch. Wat mij betreft een meester van het Tita-Tovenaar effect. Het staat stil maar kan zo in beweging komen. 

I came, I saw and I selfied

EA773E15-0B4C-4A20-864D-C5052ACF7D6EDe leukst gelezen woorden gisteren, en leuk is dan echt op zijn plaats, waren wel die van ‘I came, I saw and I selfied’. Dit in verband met een stukje tekst over het verjongen, inrichten, beleven en surfen, in een museum en op de grijze golf.

Ik beschouw mezelf nog niet als onderdeel van de grijze golf. Ben wel grijs plus kalend maar nog niet met pensioen. Nog lang niet. Misschien ga ik wel nooit. Een zwaar beroep heb ik niet. Leg geen straten aan, metsel geen muren, stort geen vloeren of timmer hele bouwwerken in elkaar om snel enkele voorbeelden te noemen. Ook sta ik niet als handen aan het bed. Wat ik trouwens ook vind vallen in de categorie mooi beeldend. 

‘I came, I saw en nam mee’. In verband met roofkunst en de gevolgen van gaan mensen van het Rijksmuseum naar Sri Lanka en Indonesië. Om te praten en te kijken wat te doen met. Verdachte kunst is net als hete kunst ook kunst. Misschien kunnen ze Peter R. meenemen met of zonder een zak krentenbollen. Peter heeft namelijk overal verstand van. 

Kunst houdt de gemoederen wel weer lekker bezig. Van hoe maak je je museum weer ‘cool’ tot aan beleving, leuk en prikkelgevoelig. Van een geschikt moment en plaats voor een selfie tot aan baby’s in draagzak om ze bijvoorbeeld al wat van Mondriaan en bijvoorbeeld Vincent’s zonnebloemen, vanwege de leuke kleurtjes en grappige vormen, mee te geven. Goed voor ontwikkeling en groei en bijna een garantie voor een latere succesvolle carrière. 

Ik maak me ook een beetje zorgen, en druk ik geef het onmiddellijk toe, om de zogenaamde en vooral zelfbenoemde influencers. De lippenstift en oogschaduw verkopers, zo noem ik ze gemakshalve maar, die onder de dekmantel van cultuur aanprijzen op jacht zijn naar (insta)volgers, succes en het uiteindelijke grote geld. Tenminste de hoop is, voor hen dan, op het laatste gevestigd want uiteindelijk gaat het daar uiteraard om. 

“Kunst ist schön, macht aber viel Arbeit.” Karl Valentin. Ach arme oude en reeds  overleden of nog levende kunstenaars. Blijf waar je bent en verroer je niet. Misschien gaat het allemaal wel weer voorbij. 

 

Het beeld, een indruk en wapperende vragen

68C02935-0776-4AAB-9928-EB0A6E0A4359Er is altijd wel een beeld dat pakt. Je niet loslaat, bij de lurven kan hebben. Waar je even op moet kauwen als was het pruimtabak of een gerecht gemaakt samen met sterk geurend draaadjesvlees compleet met aardappels en groente.

De politieke partij DENK die demonstreert tijdens een bezoek van FVD, een gewapende belager van Wilders. Een neergestorte Boeing zonder dat iemand overleefd. De rap naderende lente, uitlopende knoppen en jonge blaadjes. Een kleindochter van amper drie maanden, tien vingers, tien tenen. Keuze, standpunt, perspectief? Beelden roepen, schreeuwen of laten je achter in een intense stilte. 

The flag (1954-1955) van Jasper Johns is zo’n beeld. Een vlag of een schilderij? Wie het weet mag het zeggen. Goed beschouwd en daar moet je letterlijk een paar stappen voor zetten is het opgebouwd uit lagen oude kranten, gesmolten was en transparante lagen van kleur. Sterren in de linkerbovenhoek, horizontale vlakken van een bepaalde grootte. Kleur vult aan, zet af tegen, herinneringen aan de symboliek van een voorwerp kleven aan beeld. Als symbool van vrijheid, zucht naar macht, vaderlandsliefde of anderszins. 

Deze dagen kan ik geen vlag zien, wapperend of niet, of ik denk aan politiek. Aan de komende verkiezingen, stemmingmakerij, gebral of geblaat in de ruimte. Aan een verscheurd volk, geronnen bloed in de woestijn, wapperende burka’s in tegenlicht. Zelfs aan een naderende Koningsdag of de behoefte om weer eens een oud kasteel te bezoeken en te aanschouwen als was het voor het eerst. 

Een vlag of een schilderij? “Ceci n’est pas une pipe (Dit is geen pijp)” René Margritte (1898-1967) schilderde het ooit in olieverf. “Is it Ella (Fitzgerald) or Memorex (cassettebandjes)?” klonk het best vet commercieel eind jaren zeventig en begin jaren tachtig. Ook de reclamejongens en meisjes weten van wanten.

Wanten. Ook best een grappig beeld. 

Gilbert & George, het proberen en een nationale treuzeldag

737FE410-867F-4806-8F04-07C5B97B57EC“Ik probeer niet zoveel meer te vliegen, eet vegetarisch en scheid mijn afval”. Zomaar een uitspraak van een van de 40.000 demonstranten te Amsterdam. Aan het eerste is nog wel wat toe te voegen. Namelijk dat proberen in ieder geval nut en waarde heeft.

En terwijl de demonstranten weer en vooral wind trotseerden, uit allerlei uithoeken kwamen berichten van omgewaaide bomen, afgebroken takken en schade aan daken, nam ondertussen de ‘verdozing’ van Nederland gewoon verder toe. Gewoon staat misschien wel op gelijke hoogte als proberen, normaal gaat vaak samen met ‘ik doe mijn best’.

Ondertussen kwam er een fleurig bericht binnen van het Kröller Müller Museum. Dat de tentoonstelling met de aansprekende titel ‘WITH US IN THE NATURE’ nog tot en met 5 mei is te zien, dat het werk van Gilbert and George zeer de moeite waard is en dat ik zeker langs dan wel aan moet komen. Ik ben fan. Niet alleen van het museum als tweede thuis maar ook van hun werk dus dat moet op vrijwillige basis maar rap zijn beslag gaan krijgen.

Pleidooi voor het treuzelen. Staat tussen mijn boeken. Op de omslag van het in 2011 verschenen boekje van Peter Delpeut is een schilderij van de twee kunstenaars geprint. Uitnodigend om eens stil te staan of te gaan zitten. Te aanschouwen en/of te lezen. In ieder geval om eens lekker goed te gaan treuzelen.

Laten we een nationale treuzeldag gaan instellen Is mijn voorstel. En het liefst eens per maand. Goed om een burn-out te voorkomen, de voortsnellende en alsmaar groeiende economie ook wat rust te geven c.q. te gunnen en de verdozing van Nederland af te remmen. Ik durf te wedden dat het niet alleen slecht is voor de farmaceutische industrie en goed is voor lijf en leden plus gemoedsrust maar ook bijzonder goed werkt voor de toename van talloze weidebloemen, vogels en de natuur in zijn algemeen. 

 

Jan Sluijters, Maria Callas en de lichtzinnigheid

00253AC9-4986-4A18-8BCB-D6AEC4FA4093Enkele dames om lichtzinnig mee te dansen. 

Het was niet in de werkelijkheid zo. De woorden waren opgeschreven of liever gezegd stonden op een wit A4-tje dat in en uit een ouderwetse typemachine stak. De zwarte letters dansten in het licht dat uit een spaarzaam belichtende bureaulamp kwam. Vreemd fenomeen, dat nachtelijk dromen. En meestal of vaak onthou je niet meer dan flarden of restanten van een groter en misschien wat meer duidend geheel. Als een echo tussen de bergen tijdens een wandeltocht. Zoiets. 

Het kan natuurlijk door het interview met Peter Buwalda komen dat deze week langskwam vanwege zijn net verschenen tweede boek ‘Otmars zonen’. Of door een kleurrijk schilderij van Jan Sluijters dat ik een tijd geleden in het Noordbrabantsmuseum te Den Bosch zag. Wellicht had het te maken met de elektrisch aangedreven, verstuurde en vormgegeven aankondiging van gisteren dat de expositie ‘Jan Sluijters-De wilde jaren’ aldaar op zijn einde (t/m 7 april!) loopt? 

Hoe dan ook/ hoe het ook zij: De mooiste woorden van gisteren kwamen uit Samson et Dalila van Camille Saint-Saëns. Libretto (ook niet onbelangrijk te vermelden…) Ferdinand Lemaire. Maria Callas (wie anders dan…) zong keer op keer de onvergetelijke woorden: “Mon cœur s’ouvre à ta voix” (“My heart opens itself to your voice”. Ik hou zielsveel van Maria en van Wikipedia. Kan het niet ontkennen. 

Enkele dames om lichtzinnig mee te dansen of enkele lichtzinnige dames om mee te dansen. Het scheelt niet veel maar toch ook enorm. Als een slok op een borrel tijdens een mooie frisse lente of broeierige zomeravond. 

 

Het futurisme in de kunst, de verworven vrijheid en de klimaatverandering

67732922-751F-49C6-A1FA-92D10E9F8BA0“Het ligt niet aan de mensen maar aan de bedrijven. Die zijn er schuldig aan.”. 

Zonder mensen, zonder de positie van consument en het (veelvuldig)consumeren als gedrag geen bedrijven zeg ik altijd maar. Zonder bedrijven geen reclamebureau’s die er mede op gefocust zijn om ons gedrag te (her)programmeren. Voor morgen (10 maart) staat er een klimaatmars op het programma. Ik ben reuze benieuwd, maar kijken naar jezelf in plaats van alsmaar en alleen naar je buurman of buurvrouw zou onderdeel moeten zijn van de ontwikkeling plus inzicht op het gebied van de klimaatontwikkeling. 

Kijken, kijken, kijken. En dan vooral zien en waarnemen naar wat de kunst ons bij kan leren. Op internet (bestaat alweer dertig jaar) zag ik een boeienden korte film voorbijkomen. Over Umberto Boccioni (1882-1916) en dan met name het schilderij ‘Het afscheid’. Mocht je het in levende lijve willen aanschouwen? Het hangt in het MoMA te New York. Maar je weet: vliegen veroorzaakt een flinke CO-2 uitstoot en vliegschaamte als je niet oppast.

Boccioni stierf niet alleen op zeer jonge leeftijd een dag nadat hij van het paard viel en vertrapt werd, maar ondertekende samen met vier anderen het Manifesto dei pittori futuristi oftewel het futuristisch schildersmanifest. Snelheid was in die tijd iets dat enorm in opkomst kwam en fascineerde. Indrukken werden niet alleen geboren maar veelal samen met het gevoel van vrijheid ook in het (ons)DNA gedrukt. Met hoofdletters om nooit meer te vergeten.

Je zou er een locomotief in kunnen zien, in dat schilderij. En elkaar omarmende mensen. Je zou kunnen kijken naar perspectief en standpunt, elkaar overlappende lagen en delen. Naar de kleur en het penseelgebruik. Je zou…

Ach, zie maar. 

 

Een ekster, een merel en de aanstaande verkiezingen

FF7F145A-C901-4AE3-8118-D2E280F27090Het was een herfstachtig aandoende windvlaag die door de voortuin ging. Aan de overkant van de straat vlogen weggesmeten en achtergelaten stukjes plastic door de lucht. Als in een mooie choreografie van teveel. Teveel mensen, teveel bezit aan goederen, luxe, een teveel aan alles. Iets minder zou ons ook goed staan.

Een brutaal ogende Ekster zat op een van de takken van de Seringenboom. Rustig kijkend, overtuigd van eigen kunnen en vooral de pracht. Het zonlicht liet veren glanzen als waren ze geschilderd door een Hollandse meester. Slanke vogelpoten monden uit in volgevreten maar toch slank lijf. Een tak brak af maar daar gaf de Ekster niets om.

In de achtertuin zat even later een Merel. Of iets dergelijks. Ben geen kenner. De vogel had wel een takje of vier a vijf in de bek. Schichtig keek hij of zij heen en weer, op en om. Bewust van het gevaar die rondzwervende katten nu eenmaal kunnen veroorzaken. De Merel dof van kleur vloog op. Hoogstwaarschijnlijk op weg naar huis en keurig onderhouden nest. 

Op de televisie ging het s’avonds over de komende verkiezingen. Mannen plus een vrouw, waarvan akte, waren aangeschoven. Mannen in pak, vrouw in jurk deden hun zegje. Soms vurig, af en toe op momenten ging er een vandoor als Max Verstappen in zijn Red Bull. Migratie plus klimaat waren hete hangijzers, alle pijlen van de oppositie gingen richting VVD omdat dat nu eenmaal een handige maar zeker ook de meest strategische zet is. 

Baudet was zeker een Ekster, maar ook een slang. Net als Wilders trouwens maar dat weten we al jaren. Dijkhoff leek op een wolf in schaapskleren en Asscher, ach Asscher….deed zijn best. De jonkies deden ook hun best, rap van tong profileerden ze zich, namen ruimte, vielen in waar mogelijk. En Buma, ach Buma deed ook wat. 

Blijft over Lilian Marijnissen en de SP. Nu weet ik nog niet qua stemmen en het gedrag maar weet wel dat minder en vooral minderen op allerlei vlakken een optie zou kunnen zijn.