Tijd, ruimte en het paradijs van Marcel Duchamp

Marcel Duchamp Paradise Paradise, Adam and Eve, Marcel Duchamp 1910

Het is bijzonder en warm hoe de kunst je bezig kan houden. Het zet soms zaken in een ander perspectief of in een ander (dag)licht gedurende de tijd en ruimte die je er voor neemt.

Tijd hebben we nu genoeg zo lijkt het. Je ziet het aan alle ontwikkelde initiatieven en haastig opgestarte Corona acties. Ja, tijd hebben we genoeg. Meer dan zat. Op social-media verschijnt het een na het andere leuke filmpje met of zonder kids, work-out’s, verjaardagen, studeren, thuiswerk en of huisdieren. Mensen lijken te pogen zich er positief door heen te slaan. Anderen beginnen hevig te klussen. Winkels als Gamma en Praxis doen best aardige zaken.

Unheimlich of unheimisch (beiden zijn goed) was de situatie in de plaatselijke supermarkt vanochtend. Afstand is een middel geworden, net als hamsteren en  ruim baan of voorrang geven. Kunstzinnig beschouwd leek het met enige fantasie op een ballet, dat heen en weer bewegen van de aanwezigen. De een leek  behalve op de hoede in zichzelf gekeerd, de ander nog steeds onwennig, weer een ander hield zich verre van.

Het is grappig om ze in categorieën in te delen. Je hebt de ontkenners (nog steeds), de anti-hypers, de ongelovigen, of de streng gelovigen. In ieder geval had ik het met de jongeman en vrouw achter de kassa te doen. Bescherming is een groot goed, afschermen ook. Maar niets van dat al. De helden van deze supermarkt zaten nog steeds in een tijd en ruimte die van alles kan bieden.

Blijft er voor vandaag over…Het Paradijs. Waarbij ik het gevoel heb dat ons leven zoals tot nu toe aardig als een kaartenhuis aan het instorten is geraakt.

De angst, pek en veren en een wandeling met Beethoven

Beethoven Terwijl de merels er vrolijk op los zingen en andere vogelsoorten met hun gekwetter aanvullen lijkt de lucht schoner aan te voelen. Rustig en relaxed doorademen en doorgaan lijkt niet alleen een goed advies maar een van de manieren totdat.

Was het gênant gisteren dan was het nog daaraan toe, maar het was eigenlijk weerzinwekkend. Terwijl er een debat in de Tweede Kamer doorging vanwege het virus dat ons aller leven zo beïnvloedt en op dit moment bepaald vonden er een aantal het kennelijk nodig om voor zeer eigen gewin te gaan. Voor even zag ik het beeld van een volksopstand ontstaan waarbij de Kamer werd bestormd en de onrustzaaiers, gifmengers en op het zeer eigen IK gerichte deelnemers met pek en veren het land uit sodemieterden.

Ongeloof vermengde zich gisteren met geloven in. En dat uitgerekend op de dag dat is verworden tot ‘de dag van het gebed’. Ik wist het niet maar zag dit in het nieuws. Niet dat ik (nog)iets met bidden heb maar een beetje prevelen kan nooit kwaad denk ik. En zeker niet in deze tijd van onrust, angst, gedrag en af en toe beklemmende sfeer.

De mooie kant van al dat virusgedrag zijn wel de initiatieven en de energie die het opwekt. Niet alleen de horeca en de leerkrachten, de zorg of de buurtbewoners ter plekke komen in de ruimte die energie nu eenmaal met zich meedraagt, ook de musea verblijden ons met online kunst als nooit te voren. Als liefhebber en minnaar van alvast mijn intense dank daarvoor.

Tip? Mocht je er niet uitgaan, uit kunnen, durven dan is er nog altijd Beethoven. En dan met name Symfonie Nr 6 ‘Pastoral’. De Symfonie begint met: Allegro ma non troppo: Ontwaken van vrolijke gevoelens bij aankomst op het land.

Ogen dicht, wandelen en de natuur opsnuiven en helemaal tot je nemen als was er niets aan de hand…Enjoy! 

Interpreteren, Marc Chagall en de beelden

Marc Chagall Stoep af, stoep weer op. De oude vrouw liep met een boog om mij als tegemoetkomende heen voordat ik het goed en wel in de gaten had. Ik dacht daarvoor in een flits dat ze over wilde steken. Zo krijgt het beeld ‘met een grote boog om iemand heenlopen’ opeens een andere betekenis vanwege dat heersende en bijna alles bepalende virus.

Het voelde gisteren als lente. Hier liep ik: zonder jas en met in de ene hand een fles rode wijn, in de andere een vers brood. Het voelde goddelijk alhoewel ik begrijp dat dat een beetje jezus-achtig kan overkomen. Dat is het gekke van interpreteren, maar het houd je gelukkig ook bezig.

De frisse lucht was aangenaam te noemen, zeer aangenaam. Een gedachte aan CO-2 verdween net zo snel als het mogelijk was. Ervoor in de plaats kwamen flarden over het werk van Marc Chagall, de angst en het ego van Jeroen Krabbé. Ik heb niks meer met die man terwijl dat vroeger nog wel zo was. In de Volkskrant stond gisteren een sterk geschreven column over een groeiend ego in combinatie met wijlen Joost Zwagerman. Het gaf een groeiend beeld van wat is, kan en kon en overname als je (even)niet oppast. Op je qui vive zijn is niet alleen een gevoel maar ook een manier van uitdrukken.

Thank God for the Internet! Ik zocht het even op. Qui vive: ontleend aan de roepende Franse schildwachten. Qui vive: Wie daar?!

In Chagall’s werk kun je jezelf makkelijk verliezen. Geen probleem en zonder moeite. Hij heeft een wereld gecreëerd waarin dat absoluut en zonder paspoort mogelijk is. Gekoppeld aan een ongekende zwierigheid in de kleur hoor je zoals in dit geval de strelende muziek.

Qui vive….Wie daar? Ik ben het…de violist.

Mettertijd, Madame Bovary en de virus inspiratie

Madame BovaryLeren leven met het virus, zo kopte de Volkskrant vanochtend. Och een mens is nooit te oud om te leren dus het komt goed. Ondertussen gaat het leven van de meesten onder ons gewoon door maar wel in een ongewone en zeer ongebruikelijke sfeer. Soms beladen met een mist van angst, dan weer verpakt in een schil van ongerustheid.

50 tot 60 procent van de mensen moet Corona krijgen voor groepsimmuniteit zo kopte de NOS. De klachten zullen mild zijn maar daarmee beschermen we de ouden en de zwakkeren, een combinatie van beiden of los van elkaar. Vreemd genoeg raakte het me en werd het vuur van enigerlei gevoel tot heldendom in me aangewakkerd. Een prettige bijkomstigheid!

Een voor allen, allen voor een! Zomaar een kreet uit het rijke oeuvre die de wereld kent. To be or not…enz zou er gezien de huidige situatie aardig bijpassen. Ondertussen mogen ze in Frankrijk de straat niet meer op zonder briefje, zingen ze in Italië vanaf balkons en gaan we hier om klokslag acht uur s’avonds klappen voor de helden in de zorg. Wie zegt dat een stom en ellendig virus alleen maar ellende oplevert die heeft het goed mis.

Ach die arme Fransen. En Frankrijk. Ik raakte direct in de stemming, dat is het voordeel van zoiets als inspiratie. Niet alleen zocht ik naar Léo Ferré en zijn Avec Le Temps om te beluisteren, ook de dvd van Madame Bovary moest en zou uit de kast komen. Isabelle Huppert op haar best in een werkelijk adembenemende filmversie die ook een plattelandsdokter in beeld brengt. Hoe toepasselijk in deze tijd.

Het beeld, de stem en afwachten wat komen gaat

Edward Hopper Het was als een soort van verlatenheid die je qua sfeer in een schilderij van Edward Hopper zou kunnen aantreffen. Er was bijna geen verkeer. Een enkele pizzakoerier keerde terug naar de thuisbasis, welgeteld drie auto’s passeerde mij en mijn fiets op weg naar huis. Het uitzicht vanaf het viaduct in de avond schotelde een diep donkerblauw voor, zelfs het water hield zich gedeisd.

Wachten op wat komen gaat is een bijzondere tijd. Dat zag je toen all eerstgeborenen in Egypte werden omgebracht, altijd een indrukwekkend bijbels moment, dat was voelbaar in de loopgraven tijdens de Eerste Wereldoorlog. Ik fietste langs huizen waar mensen zichtbaar op bank en stoel naar schermen keken die de kamer verlichten terwijl ze bewegende beelden werden voorgeschoteld. Heel even meende ik sommige kijkers ergens diep van binnen te zien trillen en beven. Voor even was het muisstil op de weg.

Ik hou van Hopper’s werk. De kleuren, de intensiteit, compositie en vooral de sfeer. Amerikaanser dan dit bijgevoegde ‘Nighthawks’ uit 1942 is er bijna niet. Het ademt niet alleen de Amerikaanse cultuur maar ook het in jezelf gekeerd zijn. Het is er stil. Doodstil. Totdat je zomaar het bourbon stemmige geluid van Frank Sinatra zou kunnen horen.

Ik hou van Sinatra’s geluid, van de meeste van zijn nagelaten werk. Rustig en vooral ook als single man pedalerend zou ik zomaar flarden van Autumn in New York kunnen horen of wat over Chicago in de eenzame winter. Iets over intens romantische liefde of Witchcraft waar de vrouwelijkheid van afdruipt als was ze een aaneengeregen parelsnoer.

It turned out so right/ for strangers in the night

Ons land was stil in de avond. Stil en wachtend op wat komen gaat.

De pest, King lear en vastklevende beelden

De pestHet was een doodnormale vraag. Zonder uiterlijk vertoon of enige pretenties. “Waar staan de eieren ook alweer?”. De jonge vakkenvuller liep met me mee. “Hier,  in deze gang. Ik heb de schappen net nog gevuld meneer”.

Leeg, opper de pop. De aanblik van de lege planken was dat van een mix qua verwoesting, massahysterie, eigen ik, angst en wat al niet meer. Het was een van de vele plekken in de supermarkt waar de kaalslag gewoon doodleuk was doorgegaan.

“Sorry. Sorry. Ik kan er niet aan doen.”. De hardwerkende jongeman die ongetwijfeld wat nieuwe levenservaring deze dagen krijgt maakte een aantal keren zijn excuses. Ik probeerde hem maar wat gerust te stellen en zag het beeld voor ogen wat hij zou kunnen hebben van volwassenen. Er snel bij zijn en graaien, graaien wat je kunt.

De mooiste tweet van gisteren was ongetwijfeld die van Arthur Japin. Hij leerde ons dat Shakespeare’s King Lear was geschreven ten tijde van gesloten theaters en schrijver’s eigen quarantaine vanwege de heersende pest. Een mens moet wat denk ik dan. En als dat wat iets zo goeds oplevert dan is dat een groot goed. Vruchtbaar, welkom en in dit geval voor de eeuwigheid.

Het wonderlijkste beeld kwam gisteren ook wel door een vraag uit een krant. Hoe zouden sekswerkers het deze dagen aanpakken? Beschermd of toch maar niet? Eenmaal een beschrijving dan laat het beeld voorlopig niet meer los. Dat heb je met beelden.

Angst, de situatie en de lauwe pis

Nova Mart van Zwam De angst had de schappen leeg geroofd. Aan de buitenkant van de winkel was aan niets af te lezen wat zich binnen als dram had afgespeeld en voltrokken. Hoe het er uit zag dat wij toch niet zo’n nuchter volkje zijn en als zodanig gedragen zou zich binnen tonen.

De afdeling brood was leeg. Net zoals verreweg de meeste groente ook verdwenen was, was ook de melk op. En de pasta, rijst, soep in blik en zak, conserven en het toiletpapier plus keukenrol. De winkel bood een aanblik van slechte tijden of die van een zeer goede omzet. Kwestie van glas halfvol of gewoon dramatisch leeg.

We zijn een nuchter volkje, ons maken ze de pis niet lauw! We zijn ook niet racistisch, echt niet. We schelden niet op Chinezen of mensen in het algemeen met uiterlijk anders dan het onze. We spugen niet, verwensen niet, zijn zeker snel van slag of angstig en zeer zeker niet bedreigend. Nee wij kunnen wel wat hebben en die verschrikkelijke oorlog van zoveel jaar geleden heeft ons werkelijk iets gebracht. Niet voor niets herdenken we ieder jaar en denken we wat zou kunnen gebeuren als…

De angst had de schappen leeggeroofd. Het was een aanblik dat ver in de verte iets had van een ramp of oorlogssituatie. Ver in de verte, daar het gelukkig nog in het niets valt met die verschrikkelijke beelden die we zo goed kennen uit andere landen.

Gelukkig is er de kunst. Als spiegel, wegbereider of om gewoon met volle teugen van te genieten. Vandaag verder met ‘Nova’. Het beeld van een zorgende en hopende vrouw, wachtend op betere tijden. Gelukkig is er de kunst, het werk wacht.

Fijn en gevuld weekend.

Het begin, het einde en de zieke patiënt

Walkin men, Giacometti Buiten regent het. Alweer. Binnen is het goed te doe daar mijn werk de laatste tijd zich veel binnen en binnenshuis afspeelt. Nederland is een patiënt geworden en ik doe deels aan sociale onthouding.

Het was gisteren natuurlijk een surrealistische dag met die persconferentie in het zicht en frame van de live uitzending. Maatregelen werden afgekondigd, toelichting gegeven, verklaringen afgelegd en vragen gesteld. Altijd goed als er gelegenheid is tot het stellen van vragen. De aanwezige journalisten grepen de kans van harte aan, begaan als ze zijn.

Ogenblikkelijk gingen ze los. Je kon er op wachten zoals op een bus, een trein, een vliegtuig, virus of sprinkhanenplaag. Waarom gaan de scholen niet dicht? Waarom het een wel en het ander niet? Ik schonk mezelf maar een kopje thee in en verzonk in gedachten over mijn eigen schooltijd. Lang, lang geleden.

Ik zag ze voorbijkomen. Elk museum haastte zich om door te geven dat ze gesloten waren en dat voorlopig bleven. In gedachten zag ik gezwaai naar de Nachtwacht, het meisje met de Parel, het straatje van Vermeer. Ook de Irissen en Zonnebloemen moesten eraan geloven met in hun kielzog Giacometti’s l’Homme qui marche II, oftewel Lopende man II en het Ei van Brancusi oftewel Le commencement du monde, 1924, oftewel Het begin van de Wereld. Wanneer je die twee laatste nog nooit hebt gezien en of ervaren dan is het de hoogste tijd. De aller, allerhoogste tijd.

Nederland is een patiënt. Als je het mij vraagt is het dat al jaren. Langs de snelweg ontstaan steeds meer vervreemdende blokkendozen oftewel distributiecentra. Ze staan naast of in de directe omgeving van (hoofd)kantoren  en ander landschap vervuilende uitingen van economie en onze schijnwelvaart. Weg zijn de bomen en het grasland. Weg zijn de weidevogels, bloemen en geknotte wilgen.