Het jutten, bijeen sprokkelen en de taal der beelden

06ED44ED-52FF-4BF1-BA9C-14340501FA9EHet was een mooi en geromantiseerd item gisteren op de televisie. De gestelde vraag was een grappige: Waarom denk je dat we hier zoveel vier maal vier aangedreven auto’s hebben? 

Aan het woord was een van de eilandbewoners. Een jutter. Part-time dan. Een man die aan de bar zat om zijn verhaal te vertellen en grappige anekdotes op te lepelen. Het geheel had uiteraard te maken met het losraken van de zeecontainers, het aanspoelen van de grote hoeveelheid rommel en de bereidwilligheid van de mensen om mee te helpen de ontstane ecologische ramp zoveel mogelijk te beperken.

Op social-media verscheen een andere film. Klein en to the point. Een man groef met zijn handen in het zand en haalde er binnen no time een stuk of zes stukken plastic vandaan. Herkomst: uit de verloren zeecontainers. We zijn er dus voorlopig nog niet klaar mee en zijn het jaar alvast goed begonnen. Afgezien van de vreugdevuren, het containerongeluk en de nasleep van het vuurwerk zal de maat en vooral die van de menselijke als een rode draad door het jaar heen lopen. Ik vrees het ergste. 

Zelf ben ik ook een jutter. Of betere gezegd: een sprokkelaar. Maar dan in de binnenlanden van mijn eigen bestaan. Qua vorm, maat en kleur loop ik al wandelend door het werk als was het daar allemaal om te doen. Moet ik het daar vinden. Niet alleen omdat het interessant is en voldoening op de loer ligt? Nee, het sprokkelen geeft inzicht. Levert de nodige (levens)ervaring op en leert me an passant de beeldtaal onder de knie te krijgen. 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *