Interpreteren, Marc Chagall en de beelden

Marc Chagall Stoep af, stoep weer op. De oude vrouw liep met een boog om mij als tegemoetkomende heen voordat ik het goed en wel in de gaten had. Ik dacht daarvoor in een flits dat ze over wilde steken. Zo krijgt het beeld ‘met een grote boog om iemand heenlopen’ opeens een andere betekenis vanwege dat heersende en bijna alles bepalende virus.

Het voelde gisteren als lente. Hier liep ik: zonder jas en met in de ene hand een fles rode wijn, in de andere een vers brood. Het voelde goddelijk alhoewel ik begrijp dat dat een beetje jezus-achtig kan overkomen. Dat is het gekke van interpreteren, maar het houd je gelukkig ook bezig.

De frisse lucht was aangenaam te noemen, zeer aangenaam. Een gedachte aan CO-2 verdween net zo snel als het mogelijk was. Ervoor in de plaats kwamen flarden over het werk van Marc Chagall, de angst en het ego van Jeroen Krabbé. Ik heb niks meer met die man terwijl dat vroeger nog wel zo was. In de Volkskrant stond gisteren een sterk geschreven column over een groeiend ego in combinatie met wijlen Joost Zwagerman. Het gaf een groeiend beeld van wat is, kan en kon en overname als je (even)niet oppast. Op je qui vive zijn is niet alleen een gevoel maar ook een manier van uitdrukken.

Thank God for the Internet! Ik zocht het even op. Qui vive: ontleend aan de roepende Franse schildwachten. Qui vive: Wie daar?!

In Chagall’s werk kun je jezelf makkelijk verliezen. Geen probleem en zonder moeite. Hij heeft een wereld gecreëerd waarin dat absoluut en zonder paspoort mogelijk is. Gekoppeld aan een ongekende zwierigheid in de kleur hoor je zoals in dit geval de strelende muziek.

Qui vive….Wie daar? Ik ben het…de violist.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *