De expositie, de tijd en Jan Sluijters in het Noordbrabantsmuseum (1)

FA57E421-FA89-470F-8EE9-1E62E93F1E50Ik kon me zo voorstellen ‘hem’ te zijn. Wandelend langs straten, over bruggetjes en lopend langs de verschillende beelden. Ah, Paris! Compleet met hoed en wandelstok. Strak in het pak met uiteraard een stropdas. Komend uit een nest van kleinburgerlijkheid en een dwingende wijze hoe te leven. 

In stilte dacht een moment aan mijn eigen vader. Die droeg tenslotte ook een stropdas. En soms ook een hoed, maar dat was alleen wanneer hij iemand ten grave moest dragen. 

Ah, Jan Sluijters. Ik ben het Noordbrabantsmuseum voor immer dankbaar voor een zo mooie inzage in s’mans werk. Zag de wilde jaren als een feest. Verlustigde me, ik geef het gewoon toe, aan de naakten. Verbaasde me over de experimenten en kunstenaarsdrift van ‘onze Jan’. 

Bij het naakt en de naakten had ik ook een gevoel van: kan het nog? Want voor je het weet neemt er iemand tegenwoordig aanstoot aan. Voor je het goed en wel in de gaten krijgt ontstaat er een energie van afkeuring, haatmails, demonisering of zelfs kamervragen. Of een Twitter #. Dat kan ook.

Het mooie van cijfers bij een kunstwerk vind ik de interne koppeling. 2017 doet bijvoorbeeld iets bijzonders met me. 2018 heeft dat ook, dat iets. Toen werd ik een blije grootvader. Bij het werk van Jan plus de jaartallen viel het me op dat ze er zo fris uitzagen. Alsof ze gisteren waren ontstaan, de verf nog nat was en het beeld maagdelijk oogde zoals een nieuwe dag.

Negentien honderd elf bij Jan Sluijters’s werk bijvoorbeeld. Dat doet ook iets. Jan was pas dertig. Het zou nog 15 jaar duren eer mijn vader het levenslicht zag. Beide Wereldoorlogen moesten nog plaatsvinden, Elvis was er nog niet. Net zomin als De Avonden, Ik Jan Cremer en Turks Fruit. De dood van Martin Luther King daar was bij lange nog lang geen sprake van en de eerste mens op de maan zag men nog lang niet zitten.  

1910, 1911. Ik zag de landschappen rood en blauw kleuren. Groenen en bruinen dansten in het licht en schaduw. Parijs was in een feestelijke bui. Een Spaanse danseres kon me gewillig verleiden. 

Langzaam smolt ik in Den Bosch. De afstand van ongeveer 450 kilometer had ik binnen no time afgelegd. Oh la la…ik was deels daar.