Bindingsangst, liefhebben en ongekookt

Fotografie Mart van ZwamGisteren was ik voor een ontmoeting een aantal uren in mijn geboren en getogen stad. Het schiet nu een beetje op met het bouwen en verbouwen. Het treinstation krijgt langzaam en zichtbaar haar vorm. Het heeft z’n tijd nodig maar dan krijg je ook wat. Ik vind het mooi worden. Ruimtelijk en natuurlijk. Scherpe lijnen ontbreken. Gelukkig maar.

De oude spoorbrug waar ik vroeger als kind regelmatig onderdoor moest is jaren geleden al vervangen. Het beeld van de Gele Rijder staat gelukkig nog waar hij staat. Het hert op het Willemsplein ook. Een fontein in de buurt waar ideeën over waren om het maar van de hand te doen was aan het sproeien alsof het aan een tweede leven was begonnen.

Ik ben tijdens het wandelen naar het Sonsbeekpark een aantal keren gestopt. Om te proeven, ruiken en te luisteren. Om veranderingen op te merken en uiteraard om een aantal foto’s te maken.

Een stad kent geen bindingsangst. Wel maakt het keuze’s of ze je toelaat om te wortelen. Die gedachte kwam in me op. Ik moest denken aan Adriaan van Dis. Hoorde hem ooit in een interview zeggen dat het niet de vraag is of je Parijs liefhebt maar of zij jou lief gaat hebben.

In het park met haar groen en prachtige glooiingen en zittend op een bankje werd ik aangesproken door een vrouw met de naam “Hete kip”. Dat stond geschreven op iets wat om haar hals hing. Het leek op een parelketting. Maar naar alle waarschijnlijkheid was ik al direct niet objectief meer en zal het een bordje zijn geweest met een stuk touw. Blond, fladderend zomerjurkje, hakjes en een stralende lach.

Of ze haar ei bij me kwijt kon vroeg de vrouw. In mijn handen lag opeens een kippenei. Ongekookt. Rauw en met handgeschreven letters op de bruine eierschaal.

Ik bevond me in de wereld van het theater. In dat wat niet is. In het gespeelde. In de niet-realiteit. In de tijdelijke wereld van Sonsbeek Theater Avenue.

De rode draad tijdens de avond werd bepaald door een komma en het ja-maar. Twee dingen die sterk bepalend kunnen zijn. Als belemmering. Als blokkade om juist niet in actie te komen. Als excuus om dingen niet te doen. Als signaal van onzekerheid gekoppeld aan zijn.

De hete kip zag ik, bofkont die ik ben, nog een aantal keren voorbij komen. Aan haar hand hing een lang touw. Zeven gele kleine badeendjes volgden. Vol overgave en inzet.

Het fladderende jurkje deed haar best. Ze gaf alles om me te bewegen naar de voorstelling te komen kijken. Maar die had ik eigenlijk al..!

Rauw en ongekookt.

Fijne dag.